Verslagen Overzicht Bewerken Verwijderen

Elfdorpentocht


Locatie : Maasland
WebLink voor ritinformatie :
Zondag 2 mei staat de 11 dorpentocht op de agenda. Een klassieker die volgens Fattires van het eerste uur niet gemist mag worden. Vandaar dat ik mij voorneem om dit jaar mee te doen met de 125 kilometer. De ambities van Aad om 160 kilometer weg te trappen vind ik voor mij op dit moment te veel van het goede.


Op zaterdagavond 1 mei check ik buienradar.nl en zie dat er pas om 14.00 uur regen wordt verwacht. Da’s mooi, want met een beetje geluk zijn we dan al ongeveer terug. We starten namelijk lekker vroeg (7.30 uur)

Zondagochtend voor vertrek check ik nogmaals buienradar.nl. Het gaat al eerder regenen maar met 0,1 tot 0,3 mm stelt dat niet veel voor. De overschoentjes blijven thuis en ook het regenjack is niet nodig. Van een paar druppels schrikken we namelijk niet.

In ’t Wapen van Maasland ontmoet ik Aad die nog even snel zijn overschoentjes aan doet, want ‘het gaat zo regenen’. Ik denk nog een moment dat ik dat misschien toch ook had moeten doen (baat het niet, dan schaadt het niet), maar het zal wel meevallen met die regen.

We rijden naar Vlaardingen waar we de eerste druppeltjes al voelen. Bij Schiedam regen het. Een bij Overschie giet het. Volgens Aad stond het inderdaad niet op buienradar.nl maar wel op weer-online. Weer-online gaf namelijk 10 mm aan. Da’s lekker! Maar goed, het zal wel meevallen. We hebben bovendien het eerste deel wind tegen, dus mocht het zwaar worden dan hebben we altijd nog de wind in de rug naar huis.

Het regent gewoon door. Normaal heb je droge momenten tussendoor, maar in dit geval heb je alleen momenten waarop het niet regent maar stortregen. Schoenen lopen vol en kleding raakt zo langzamerhand doordrenkt. En dat na zo’n 25 kilometer! Plassen zijn groot, diep en niet meer te ontwijken. Het lijkt wel de 11-merentocht in plaats van de 11-dorpentocht.

Die 8 graden boven nul blijkt met een nat pak en tegenwind ook behoorlijk koud aan te voelen. Handen en voeten worden stijf. Om warm te blijven is er maar één oplossing: tempo blijven rijden. Gelukkig kun je dat wel aan ons overlaten.

Plots herinner ik mij hoe Odette de avond tevoren aangaf dat Piet Paulusma voor het fietsweer van vandaag een 1 gaf. Ik bromde nog iets van ‘dat zal wel meevallen’. Ik had namelijk mijn buienrader en die gaf aan dat het best wel meeviel. En die Paulusma overdreef altijd al. Als het vriest geeft ie minimaal 3 graden kouder aan dan in werkelijkheid en als het warm is 3 graden warmer.

In Reeuwijk hebben we een eerste stempelpost. Er is nog geen fietser binnen geweest (vreemd). Ik zou het liefst doorrijden want ‘van stilstaan wordt je niet beter’. Je krijgt het alleen maar koud. Aad stelt voor om toch even een sanitaire stop te maken en een koffie te nemen. Ik ben makkelijk over te halen, want mijn handen voelen zo stijf aan dat schakelen niet makkelijk meer gaat. In het toilet hangt zo´n fijne handendroger en zo krijg ik weer wat leven in mijn vingers. We zijn zo nat dat de gastvrouw waarschijnlijk de hele tent heeft moeten dweilen na ons vertrek.

We hebben nu zo´n 75 kilometer gereden en de eerste fietser die we tegenkomen passeert ons. Een wielrenner spreekt ons aan: ´Hé mafkezen, ook vanochtend uit Maasland vertrokken?´ Wij beamen dit en merken op dat we gelukkig niet de enige mafkezen zijn en rijden lachend verder.

Nu nadert het punt dat we dwars op de wind gaan rijden. Nog een tiental kilometers en we zullen beloond worden met een lekkere rugwind die ons terugblaast naar Maasland. Het begint nu toch wel een slijtageslag te worden. De benen worden stram van de kou en het aanzetten na de bocht gaat niet meer vanzelf.

En dan, na 80 kilometer gebeurt het: Een irriterend gevoel kruipt in mijn bovenbenen. De eerste indicaties dat er kramp op komst is. Ik roep naar Aad dat uit voorzorg het tempo omlaag moet om erger te voorkomen. Dit lukt in eerste instantie redelijk, maar een lager tempo betekent ook minder warmteproductie in je lichaam en dus meer afkoeling. Ik probeer achter Aad te rijden, maar krijg dan het opspattende water vol tegen mijn lichaam. Ook geen oplossing. Voorzichter rijden, niet te hard aanzetten, de benen kneden, maar het mag niet baten. De kramp nestelt zich langzaam maar zeker in mijn spieren en de kou zorgt dat dit een onomkeerbaar proces is.

Tot overmaat van ramp rijden we eventjes verkeerd en moeten we van de fiets af om een steil bruggetje over te lopen. Een marteling voor een paar benen die de laatste 3,5 uur voornamelijk rond gedraaid hebben. Zo goed en zo kwaad als het gaat rijden we naar Stompwijk (90 kilometer punt en stempelpost). Dit heeft niets meer met fietsen te maken, maar lijkt meer op survival. Naast de kramp krijg ik het nu echt koud. Ik kan mij niet herinneren dat ik ooit zo moeilijk heb gefietst. Ik heb met korte broek de Galibier in de natte sneeuw beklommen, maar dat was nog niet zo erg als dit. Aad en ik maken grappen over de situatie, maar ik denk alleen maar hoe ik in godsnaam thuis moet komen.

In het café in Stompwijk wankel ik naar binnen. We bestellen omiddellijk een koffie met luxe appelgebak. Ik merk dat ik ondanks de relatieve warmte van het cafe moeite heb om mijn lichaam onder controle te houden en niet ongecontroleerd te gaan rillen. Ik besef dat ik tegen onderkoeling aan zit en besluit dat het voor mij hier even op houdt. Ondertussen wankelt, meer dood dan levend, een wielrenner binnen in korte broek en kort shirt. Met holle ogen kijkt hij alsof hij zojuist een geest heeft gezien (ik was het hopelijk niet). In een hoek krijgt hij dekens uitgedeeld, waarin hij zich laat wikkelen nadat hij zijn natte shirt heeft uitgetrokken. Hij schokt duidelijk over zijn hele lichaam…

Ik besluit mijn lichaam de tijd te gunnen om weer op temperatuur te komen. We bestellen nog een koffie en ik geef aan dat Aad maar moet doorgaan. Ik zie wel of ik alsnog doorfiets. Hij geeft aan dat ie me desgewenst komt halen als het niet meer mocht gaan. Als Aad vertrokken is eet ik nog wat en wrijf de kramp uit mijn spieren. Als ook de kou uit mijn lijf is besluit ik toch weer op de fiets te stappen. Het is nog zo 30 kilometer naar huis, maar met de wind in de rug moet dat lukken.

Buiten regent het nog steeds ongelooflijk hard. Piet Paulusma had toch ongelijk. Een 1 is echt te veel voor dit weer. Meer dan een 0 mag je hier niet voor geven. Ik peddel met een vaartje van 25 km/uur naar huis, vermijd steile bruggetjes en viaducten en kom zo in Maassluis. Zelden was een douche zo lekker en ik kom er pas na een half uur onderuit. Aad belt me op: ´Waar zit je?´ Hij is met de auto onderweg om me ergens op te pikken. Erg attent, maar gelukkig is die blamage me bespaard gebleven. Hij geeft nog aan dat het een goede training is geweest om kilometers te maken. Ik zeg het niet, maar denk ondertussen stilletjes dat ik vandaag meer heb afgebroken dan je in een week trainen kan opbouwen.

Inderdaad een klassieker die 11 dorpentocht. Hij staat voor altijd in mijn geheugen (en mijn bovenbenen) gegrift.
Geschreven door: Alex Roedoe